In gesprek met een productdesigner

Standaard

Op vrijdag 10 april sprak ik af met productontwerper Bartel Timmermans op het WDKA. Bartel is een industrieel ontwerper en initiatiefnemer van zijn eigen bureau DesignTank. Hij is 38 jaar oud en woont in Den Haag. Momenteel studeert hij de twee jarige Master Design aan de Willem de Koning Academie. Hier werkt Bartel Timmermans aan een onderzoek naar gewenste eigenschappen, vormgeving en stijl van protheses met als doel een open design prothese te (laten) ontwikkelen die door andere ontwerpers en creatieven doorontwikkeld en vormgegeven kunnen worden. Daarom leek het me dan ook erg interessant om contact met hem te leggen, om meer te weten te komen over zijn kennis, inzicht en visie met betrekking tot dit onderwerp.

Bartel richt zich met zijn project alleen op de techniek van arm protheses. Binnen de Master Design voert hij een breed gebruikersonderzoek onder bestaande prothesegebruikers, naar de gewenste eigenschappen en vormgeving van protheses. Op basis hiervan zal een basisprothese ontwikkeld worden die als open design product wordt aangeboden. Op een online platform is de prothese naar eigen inzicht aan te passen of uit te breiden door andere ontwerpers, kunstenaars, grafisch ontwerpers of andere creatieve personen. Deze nieuwe ontwerpen worden via het onlineplatform aangeboden aan eindgebruikers. Ook kan op aanvraag van de eindgebruiker een ‘custom’ prothese naar eigen wens worden ontwikkeld door een door de gebruiker gekozen ontwerper. Dit ontwerp wordt ook weer gedeeld op het platform.

In het gesprek met Bartel was ik voornamelijk geïnteresseerd in de obstakels, kansen en huidige ontwikkelingen van design protheses. De grootste obstakel die zich opdoet op de ontwikkeling van design protheses zijn de kosten. Nu kost een ‘gewone’ prothese tussen de €6.000 en €15.000. Toch zijn er ook al goedkopere manieren mogelijk zoals het 3D printen van protheses. Een 3D geprinte prothese kost ongeveer zo’n 60 dollar. Helaas is de kwaliteit hier van alleen wel een stuk slechter. Bartel noemt het zelfs ‘weggooi protheses’. Het is nog erg kwetsbaar en de structuur van het materiaal is nog niet zo verfijnt. Toch is het ook mogelijk om metaal te printen, of met een plastic dat metaal deeltjes bevat. Dit is al wel heel stevig. Het enige nadeel is dat een metaal geprinte prothese weer heel zwaar kan worden. Toch worden 3D geprinte protheses al veel in 3e wereldlanden gebruikt. Er worden tegenwoordig steeds meer projecten opgezet om er voor te zorgen dat bijvoorbeeld oorlog slachtoffers weer kunnen functioneren met een 3D geprinte been of arm.

Ook in Amerika word mede door oorlogen de vraag naar protheses ook steeds groter. Want net zoals de Duitsers in de tweede wereldoorlog, zorgt oorlog vaak voor nieuwe ontdekkingen en innovaties. Zo bestaat nu ook de iLimb. Dit is een arm die word bestuurd door een app op je telefoon. Je geeft een opdracht in de app, en kunt de prothese vervolgens met je hersenen aansturen. Klinkt vind ik nog een beetje onhandig en omslachtig. Maar wel erg gaaf dat het mogelijk is.

De ‘Exoskeleton’ is ook een prothese/skelet wat als een soort superhelden pak je lichaam helpt te bewegen. Zoals met tillen maar ook met lopen. Mensen die niet meer kunnen lopen kunnen ineens wel lopen met het pak. En het tillen van 80 kilo kan aanvoelen als maar 5 kilo. Een bijzonder futuristisch verschijnsel dat er uit zit als een soort robot bevestig aan je eigen lichaam.
FORTIS5-edit Toch ben ik erg geïnteresseerd in waarom Bartel denkt dat commerciële merken nog nooit eerder de stap hebben gezet om ‘alledaagse’ beenprotheses in de markt te zetten en te verkopen. Bartel geeft aan dat dit vooral komt door de kosten en een te kleine doelgroep. Toch is het gek dat designprotheses al wel ontworpen worden en bestaan, maar ze nog steeds niet op de markt verkrijgbaar zijn voor de ‘gewone mens’ die een prothese nodig heeft.
Bartel geeft zelfs aan dat uit onderzoek blijkt dat een realistische prothese juist stigmatisering aanwakkert. Stigmatisering neemt namelijk toe wanneer een realistische prothese net-niet-hele-maal echt lijkt. Het word daardoor een beetje ‘eng’ en dit werkt juist afstotend. Terwijl de drager juist de prothese wil camoufleren en verstoppen. Deze mensen willen juist hetzelfde lijken als anderen en de aandacht van hun prothese afnemen door de camouflage. Het gekke is dat het in ons hoofd dus niet zomaar zo werkt. Een design prothese die afwijkt van het oorspronkelijke lichaamsdeel, word door de omgeving vaker veel meer gewaardeerd. Het product krijgt een onderscheidende factor krijgt en word niet geassocieerd met een eng gevoel. Neem een voorbeeld aan een realistische pop. Wanneer een er pop extreem echt uit ziet, ga je hem juist eng vinden. Wanneer de pop overduidelijk nep is, accepteer je de pop als pop.  $_12
Zo werkt dat dus ook met protheses. Alleen denk ik dat veel prothese gebruikers dat zelf nog niet door hebben. De angst om anders gevonden te worden is vaak nog te groot voor ze. Gek genoeg werkt dit hen juist tegen. Doordat ze zelf bang dat ze niet geaccepteerd worden met een been prothese, kiezen ze voor een realistische prothese, die vervolgens juist veel ‘negatieve’ aandacht trekt.

Advertenties